In deze tijd van snelle maatschappelijke veranderingen bestaat grote behoefte aan bezinning, niet alleen op het gedrag van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, maar ook in het persoonlijke leven. In die zoektocht kan religieuze traditie een belangrijke bron van inspiratie zijn.
De traditie van de doopsgezinden wordt gekenmerkt door tolerantie en individuele verantwoordelijkheid. Daarbij past een open uitwisseling van standpunten en ideeën, middenin de samenleving. Daarom is vanuit de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (VDGA) het initiatief genomen tot een serie bijeenkomsten, gewijd aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke onderwerpen, op het raakvlak van geloof en samenleving: het Doperscafé.
Over de doopsgezinden
De doopsgezinden behoren tot de oudste protestants-christelijke hervormingsbewegingen. Zij kennen geen kinderdoop, maar dopen pas wanneer de dopeling in staat is een zelfstandige keuze te maken, op grond van een persoonlijke belijdenis. De grondlegger van de doopsgezinde (= doperse) beweging in ons land is Menno Simonsz (1496-1561). Momenteel kent Nederland 10.000 leden, verenigd in honderd doopsgezinde gemeenten.
Meer over de Doopsgezinden
Doopsgezinden behoren tot één van de oudste hervormingsbewegingen binnen de christelijke geloofswereld. Vanaf 1530 zijn er doopsgezinden in Nederland.
De 16de eeuwse doopsgezinden willen de kerk op een radicale manier weer opbouwen uitgaande van het ene fundament waarvan de bijbel getuigt:
“Want een ander fundament dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen” (1 Cor. 3:11).
De organisator van de doperse (=doopsgezinde) beweging in ons land was Menno Simons (1496 – 1561), gewezen pastoor in Witmarsum (Friesland). Doopsgezinden nemen het leven en denken van Jezus als richtsnoer van hun denken en doen. Zij kennen geen kinderdoop, maar de doop op een leeftijd waarop men een eigen zelfstandige keuze kan maken, dus de volwassenendoop op grond van een persoonlijke belijdenis. Niet alleen op dit punt onderscheiden de doopsgezinden zich van de meeste andere kerken. Ook de weerloosheid en de vredesgedachte staan hoog in het vaandel. Vanouds wordt het gebruik van geweld afgewezen, gedachtig de woorden van Jezus in de Bergrede (Mattheus 5, 6 en 7). Hieruit volgt dat doopsgezinden terughoudend zijn ten aanzien van de deelname aan de krijgsmacht. Verder zijn doopsgezinden van mening dat de burgerlijke overheid zich op geen enkele manier mag mengen in geloofszaken. Zij proberen zo oprecht mogelijk te zijn, omdat Jezus ons voorhoudt:
“Laat het ja dat gij zegt ja zijn, en het neen, neen.”
In Nederland zijn ruim 100 doopsgezinde gemeenten verenigd in de Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de doopsgezinde broederschap is lid van de (Wereld)Raad van kerken. Het ledenaantal bedraagt ruim 10.000. Wereldwijd zijn er meer dan een miljoen doopsgezinden, waarvan meer dan de helft in ontwikkelingslanden.


